Waarom aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling

Icoon sociaal-emotionele ontwikkeling

Bij sociaal-emotionele ontwikkeling gaat het om de ontwikkeling van het gevoelsleven en de persoonlijkheid, het leren omgaan met anderen en het aanleren van sociale vaardigheden. Dit leidt als het goed is tot sociaal en emotioneel welbevinden. Het houdt in dat een kind lekker in zijn vel zit, zijn emoties leert herkennen en hanteren, en dat hij steeds beter in staat is waardevolle relaties aan te gaan. Belangrijke voorwaarden voor kinderen om goed te kunnen functioneren en leren. 

De eerste liefdevolle relaties van jonge kinderen met hun ouders en primaire verzorgers dragen bij aan het gevoel van veiligheid en zelfverzekerdheid. Daarnaast bieden liefdevolle relaties ook troost en aanmoediging. De bekendste sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen is het ontstaan van hechtingsrelaties en de bijbehorende verlatingsangst. Deze gehechtheidsrelaties zijn een blauwdruk voor toekomstige relaties, vriendschappen, kunnen praten over emoties en omgaan met sociale uitdagingen. Sterke, positieve relaties geven jonge kinderen vertrouwen, en leren hen zich in anderen te verplaatsen (empathie) en medeleven. Daarnaast krijgen ze gevoel voor sociale regels als normen en waarden.

Direct vanaf de geboorte leren baby’s wie ze zijn door hoe ze worden benaderd. Door respectvolle alledaagse interactie geven ouders, familie en andere verzorgers zoals pedagogische medewerkers het kind erkenning: je mag er zijn, je bent slim, je bent goed in uitvinden hoe iets moet, je bent geliefd, je zorgt ervoor dat ik moet lachen, het is leuk om bij jou te zijn. Deze boodschappen bouwen aan het zelfvertrouwen en zorgen ervoor dat het kind steeds weer interactie aan wil gaan met zijn omgeving.

Structurele aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling kan leiden tot:

  • Minder gedrags- en emotionele problemen.
  • Betere leerprestaties
  • Meer bevlogen kinderen met meer gelijke kansen.
  • Grotere betrokkenheid van ouders.
  • Bespreek periodiek het thema sociaal-emotionele ontwikkeling met de pedagogisch medewerkers: Wat hebben ze nodig om jonge kinderen hier optimaal in te kunnen ondersteunen.
  • Hoe gaat uw kinderdagopvang om met diversiteit? Spelen vooroordelen een rol in de benadering van de ouders? Is het een thema dat binnen het team speelt? Bespreek het thema diversiteit regelmatig in uw team. Het “Pedagogisch kader diversiteit in kindercentra 0-13 jaar Samen verschillend” kan hierbij behulpzaam zijn.
  • Bespreek periodiek wat uw kinderdagopvang (nog meer) kan doen om te zorgen dat het een uitdagende omgeving blijft waarin kinderen optimaal kunnen groeien.
  • Bespreek hoe het team de sfeer op de groep positief en ontspannen kan houden, ook als het tegenzit of druk is.

Er zijn geen officiële richtlijnen voor sociale-emotionele ontwikkeling bij jonge kinderen. Vanuit de ontwikkelingspsychologie zijn wel richtlijnen te geven over de handelswijze van pedagogisch medewerkers. In de Richtlijn opvoedingsondersteuning staan de ontwikkelingsopgaven en de daaruit voortvloeiende opvoedingsopgaven die ook voor pedagogisch medewerkers relevant zijn: 

Periode

Ontwikkelingsopgaven

Opvoedingsopgaven

Baby

Lichaamsbeheersing
Veilige hechting
Dag-nachtritme ontwikkelen

Soepele verzorging
Responsiviteit
Voorspelbare omgeving

Dreumes/peuter
 

Exploratief spel
Autonomieontwikkeling
Uitdrukken door taal
Grenzen accepteren

Veiligheid in de omgeving bewaken
Emotionele basis bieden
Regels introduceren
Praten/benoemen
Taal- en spelstimulering

Voor de pedagogisch medewerkers gaat het vooral bij hele jonge kinderen om het aangaan van een veilige gehechtheidsrelatie die de basis is voor verdere sociaal-emotionele ontwikkeling.

Het boek Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar gaat in op pedagogiek die specifiek voor dagopvang ontwikkeld is. De pedagogische basisdoelen uit de wet Kinderopvang komen uitgebreid aan de orde. Deze zijn allemaal gericht op een goede sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, het geven van:

  • een gevoel van emotionele veiligheid,
  • gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie,
  • gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie,
  • een kans om zich waarden en normen, de 'cultuur' van een samenleving, eigen te maken.

Het boek gaat onder andere in op ‘Veiligheid en welbevinden’ en ‘Relaties in de groep’ en kan pedagogische medewerkers inspireren en ondersteunen bij hun dagelijks werk. Zo zijn per leeftijdsgroep tips voor het stimuleren van de sociale en morele ontwikkeling opgenomen. Managers kunnen het kader gebruiken als basis voor het pedagogisch beleid van de kinderopvangorganisatie. 

Het Landelijk Pedagogenplatform Kindercentra voegt er in Bouwstenen voor een pedagogisch kwaliteitskader kinderopvang nog aan toe dat de medewerkers een 'opvoedingspartnerschap met ouders' aangaan. Het is van belang dat pedagogisch medewerkers de pedagogische praktijk delen met de ouders. 

Omgaan met diversiteit is een belangrijk pedagogisch thema en vraagt om specifieke vaardigheden van pedagogisch medewerkers, leidinggevenden en de organisatie in zijn geheel. Het boek Samen verschillend. Pedagogisch kader diversiteit in kindercentra 0-13 jaar is een verdieping van de uitgaven Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar en Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar. 

Op de website van Bureau Kwaliteit Kinderopvang vind u relevante documenten die handvatten bieden voor het ontwikkelen van (kwaliteits)beleid van kinderopvangorganisaties, waaronder: 

Pedagogisch medewerkers spelen een grote rol in de kwaliteit van de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen. U kunt die kwaliteit op verschillende manieren borgen: 

Pijler: beleid

  • Ontwikkel eerst met het team een visie op hoe u de sociaal-emotionele ontwikkeling van (jonge) kinderen professioneel wilt begeleiden. Splits de ontwikkeling daarbij uit naar verschillende opvoedingsopgaven en leeftijdsfasen (zie Richtlijnen en Ontwikkelen). Leg ook vast hoe het team handelt wanneer de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind (mogelijk) bedreigd wordt. Raadpleeg de ouders over deze visie en leg de gezamenlijke visie vervolgens vast in het pedagogisch beleidsplan.
  • Het beleid van de kinderopvangorganisatie rond sociaal-emotionele ontwikkeling bij jonge kinderen is vooral gericht op de gehechtheidsrelatie. Deze relatie is de basis van de sociaal-emotionele ontwikkeling en bouwt de pedagogisch medewerker samen met het kind op. Dat start al in de kennismakingsperiode. Hoe deze periode verloopt, is afhankelijk van de leeftijd en het karakter van het kind. De ouders spelen hierin een belangrijke rol: zij zijn degenen die het jonge kind leren zich veilig te voelen in de kinderopvang. Leg vast in het beleid hoe u in grote lijnen de kennismakingsperiode vormgeeft en wat de pedagogisch medewerkers kunnen doen om de relatie met de ouders optimaal vorm te geven. Voor de hechting is het belangrijk dat de jonge kinderen zoveel mogelijk met dezelfde medewerkers te maken krijgen. In de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) staat dat nul-jarigen bij de opvang minimaal twee vaste medewerkers moeten hebben die hen begeleiden. Dit heet het vaste-gezichtencriterium.
  • De IKK schrijft voor dat kinderopvangorganisaties een opleidingsplan moeten hebben voor de opleiding en ontwikkeling van pedagogisch medewerkers.
  • In lijn met het vorige punt stelt de IKK eisen aan de kwaliteit van de pedagogisch medewerkers. Vanaf 1 januari 2023 moeten alle pedagogisch medewerkers die op babygroepen werken specifiek geschoold te zijn voor het werken met baby’s. Dit geldt ook voor invalkrachten en medewerkers die tijdelijk op een babygroep werken. 

Pijler: ontwikkelen

Onder sociale-emotionele ontwikkeling valt een breed palet aan ontwikkelopdrachten. In De ontwikkeling van kinderen van het NJINederlands Jeugdinstituut staat hierover onder andere (vanaf pagina 5):

  • Voor de jongste kinderen (0–2 jaar) gaat het in deze periode om het opbouwen van een veilige gehechtheidsrelatie met één of meer volwassenen.
  • In de loop van het tweede jaar worden autonomie en individuatie steeds belangrijker. Het kind gaat steeds meer initiatief nemen en kan onafhankelijk van de opvoeder succes en bevrediging bereiken. In deze periode wordt de basis gelegd voor vertrouwen in anderen en voor vertrouwen in de eigen competentie.
  • In de periode 2-4 jaar ontwikkelt zich het vermogen van het kind om zich iets voor te stellen dat er niet meer is, evenals het vermogen tot imitatie. Ook komt de taalontwikkeling op gang.
  • In de loop van het derde jaar beginnen leeftijdgenootjes een rol te spelen (begin van samenspelen).
  • De identificatie met de sekse-rol als jongen en meisje een centraal thema in deze periode 2-4 jaar.

Zie ook sociaal-emotionele ontwikkeling bij baby's, dreumesen en peuters

In het Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar staan op pagina 48 de ontwikkelfases per leeftijdscategorie. Het geeft pedagogisch medewerkers handvatten om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te begeleiden en te stimuleren.

  • Belangrijk is dat pedagogisch medewerkers op de hoogte zijn van de verschillende fasen en mijlpalen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen en dat ze hier op in kunnen spelen. Per 1 januari 2023 moeten alle pedagogisch medewerkers die op een babygroep werken een aanvullende scholing hebben gevolgd, zie hiervoor de IKK.
  • Zorg ervoor dat pedagogisch medewerkers weten hoe de sociaal-emotionele ontwikkeling verloopt en hoe hun bijdrage daaraan er uit kan zien. Denk bijvoorbeeld aan:
    • Warm en enthousiast reageren op baby’s door vertrouwde mensen in een vertrouwde omgeving en ritme,
    • Omgaan met de ambivalentie van dreumesen: enerzijds de behoefte aan onafhankelijkheid en anderzijds de emotionele verbondenheid aan volwassenen.
    • Het omgaan met complexe gevoelens bij peuters en de ontwikkeling van hun eigen wil. 

Pijler: omgeving

  • Betrek de ouderraad en ouders bij het ontwikkelen van een visie op en beleid over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen van 0-4 jaar.
  • Evalueer periodiek samen met ouders de kennismakingsperiode zodat u eventuele verbeterpunten kunt doorvoeren. 
  • Wees alert op de verschillen tussen de thuiscultuur en de cultuur binnen de kinderopvang. Bespreek met ouders hoe jullie de verschillen kunt overbruggen.  
  • Laat weten dat ouders altijd terecht kunnen met vragen en zorgen rond de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind en de groep.
  • Wijs ouders op websites met informatie over de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen, zoals Opvoeden.nl.
  • Blijf aandacht besteden aan de fysieke omgeving. Zorg dat de kinderen uitgedaagd worden in hun spel maar dat er ook plekken zijn waar een kind zich rustig kan terugtrekken.
  • Informeer de ouderraad en ouders over de veiligheidsmaatregelen binnen uw organisatie, zoals de wettelijke verplichting om te werken met het vierogenprincipe. Betrek de ouderraad bij de invulling van de maatregelen bij uw organisatie.

Pijler: signaleren

  • Veel sociaal en emotioneel gedrag dat kinderen vertonen, is normaal. Voor pedagogisch medewerkers is het soms lastig in te schatten wat normaal is en wat niet. De Richtlijn Psychosociale problemen beschrijft onder andere wat emotionele, gedrags- en sociale problemen zijn, en welke interventies er zijn voor deze kinderen en hun ouders. Als een pedagogisch medewerker verontrust is of het niet goed weet, kan zij ook bellen met de lokale jeugdgezondheidszorg. Zij kunnen informatie geven over de gebruikelijke ontwikkeling van kinderen en bijbehorende signalen.
  • Signaleren betekent ook dat de pedagogisch medewerker iets met de signalen moet doen. In alle gevallen houdt zij de vinger aan de pols door af te stemmen met ouders, collega’s en indien mogelijk de vertrouwenspersoon.
  • Er kunnen signalen zijn die mogelijk wijzen op kindermishandeling. De Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld helpt professionals dan goed te reageren. Op de website Ik vermoed huiselijk geweld vindt u ook informatie over hoe u kunt handelen bij (ernstige) vermoedens en bij een niet-pluis-gevoel. Bij een officiële melding bij Veilig thuis hoort de leidinggevende altijd betrokken te zijn. Zie voor meer informatie Klachtenloket kinderopvang.

Blog – Vaak gaat het vanzelf 

'Hoe leert u kinderen omgaan met hun emoties en met elkaar? Door dingen uit te leggen, door kinderen te stimuleren, door grenzen te stellen… Als coach Gezonde Kinderopvang leid ik mijn collega’s op volgens de scholing Een Gezonde Start. Daarbij merk ik dat pedagogisch medewerkers al heel veel interactievaardigheden toepassen. Vaak gaat dat vanzelf.' 
Lees de blog van Marja Schmitz, ambassadeur Gezonde Kinderopvang, op Kinderopvangtotaal.nl.  

Meer informatie

Informeer naar mogelijkheden voor ondersteuning bij uw regionale GGD, Trimbos-instituut of het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).